Coca als oplossing

cocazakje

Het belang van het destigmatiseren van coca

Zuid-Amerika wordt de afgelopen decennia achtervolgd door geweld en corruptie als gevolg van drugshandel en het beleid erop. In landen waar coca groeit, zoals Colombia en Peru, ligt de focus op het controleren van de drugstoevoer op het bestrijden van de cocateelt. Uit het monitoringrapport van het UNODC bleek in Colombia in 2016 een toename van 50% aan cocaproductie te hebben plaatsgevonden, namelijk 96.000 hectare in 2015 en 146.000 hectare in 2016.  De bestrijding leidt tot gewelddadige confrontaties tussen militairen en cocaboeren, ontneemt kwetsbare gemeenschappen hun levensonderhoud en heeft door het waterbedeffect -het verplaatsen van de teelt- netto geen resultaat. Tevens heeft de verplaatsing van de cocateelt als gevolg dat er voor nieuwe plantages nieuwe hectares essentiële regenwouden ontbost moeten worden. Tijd om de voordelen van coca te omarmen, in plaats van de potentiële bedreigingen onder een vergrootglas te houden.

De voordelen van coca

Coca is in het Andesgebergte een heilige plant. Dat is voor ons westerlingen moeilijk voor te stellen, omdat wij coca vooral associëren met de harddrug cocaïne. Maar op plekken in de Andes, waar het klimaat en de hoogte de ideale omstandigheden bieden voor de teelt, wordt, tot zover onderzocht is, de plant al zo’n 4000 jaar terug geconsumeerd. Het wordt gebruikt als medicijn, het is een milde stimulant dat honger en moeheid tegengaat, het verbetert de concentratie en het werkt tegen hoogteziekte. Naast deze fysieke resultaten is het ook een essentieel middel voor sociale cohesie. Bij bijeenkomsten en rituelen speelt coca een belangrijke rol, mede omdat coca introspectie en openheid bij mensen losmaakt. Omdat coca alleen op een beperkte hoogte groeit, tussen 800 en 1800 meter, is coca altijd een belangrijk ruilmiddel geweest met andere gebieden. Coca werd in Bolivia bijvoorbeeld verhandeld tegen producten uit de hoogvlakte, zoals gedroogd lamavlees en wol. Zo kon men op de hoger gelegen gebieden met behulp van coca de gevolgen van de hoogte beter aan. Daarom is coca naast de sociale en culturele waarden ook economisch altijd zeer van belang geweest.

Allemaal leuk en aardig voor culturen uit de Andes, maar wat moeten wij in Nederland met deze informatie? Natuurlijk is onze samenleving niet ingericht voor het kauwen op cocabladeren en hebben we geen middelen nodig tegen hoogteziekte. Wel kunnen we kijken naar mogelijkheden die bij onze cultuur passen. Coca is van eenzelfde psychoactieve substantie als thee en koffie. Een schaaltje gedroogde cocabladeren zou het koffiezetapparaat op kantoor niet misstaan, het zou het grijze industriële interieur zelfs vergroenen. Last van afdwalende gedachten of focus? Vergeet Ritalin of Red Bull, coca is een natuurlijk product dat tot een betere concentratie leidt. Heb je niks met natuurproducten of superfoods? Ook kan coca worden verwerkt tot bloem, snoep of tandpasta.

Het huidige stigma dat coca heeft is gebaseerd op een geconditioneerde misvatting dat zijn oorsprong kent uit het koloniale tijdperk. In 1499 was het ontdekkingsreiziger Américo Vespucio die voor het eerst over coca schreef: coca is onkruid waar de Indianen als beesten op kauwen. Cocaconsumptie was iets barbaars en voor het inferieure ras. Kolonisten wisten het traditionele gebruik van coca grotendeels in Ecuador en Colombia te verbannen, maar in Bolivia, Peru en Noord-Argentinië bleef het overeind. Ondanks het stigma werden door de kolonisten ook de voordelen van coca ingezien. Toen de mijnindustrie op gang kwam, werd de inheemse bevolking ingezet om het zware werk te volbrengen. Om genoeg energie voor het zware werk en de lange dagen te krijgen, consumeerden de inheemse mijnwerkers coca. In 1855 ontdekte een Duitse medicus dat je uit één van de 14 alkaloïden erithroxylina kon onttrekken, het middel waar cocaïne van gemaakt wordt. Destijds ontstond er een markt rondom dit product, zoals wijn en verschillende sodadrankjes. Zonder gedegen onderzoek over de mogelijkheden van coca werd onder aanvoering van de VS tijdens het VN-verdrag in Geneve in 1961 coca samen met cocaïne veroordeeld tot Lijst 1 van verboden middelen. Sindsdien werd de cultivatie en export universeel verboden. Het beeld dat we in het westen van coca hebben is onlosmakelijk verbonden met cocaïne. Maar diverse studies wijzen uit dat coca geen cocaïne is, net als druiven geen wijn is en graan geen whisky.

Vanaf de jaren 60 begon de vraag naar cocaïne vanuit Europa en de VS te stijgen en kondigde president Nixon de War on Drugs aan. Eind jaren 80 veranderde de VS zijn focus op het onderscheppen van drugs naar het uitroeien van de cocateelt, en werden cocaboeren de vijand van het War on Drugs-beleid. Het militariseren van de cocacultiverende regio’s leidt tot op heden tot gewelddadige confrontaties tussen de politie en cocalero’s en ontneemt kwetsbare gemeenschappen hun levensonderhoud. Door het waterbedeffect -het verplaatsen van de teelt- heeft de cocabestrijding netto geen resultaat. Tevens heeft de verplaatsing van de cocateelt als gevolg dat er voor nieuwe plantages nieuwe hectares essentiële regenwouden ontbost moeten worden.

Uiteraard is coca voor cocaïne een lucratief gewas, maar ook voor legale doeleinden is coca winstgevender dan andere producten. Coca is langer houdbaar, eenvoudig te telen en kan driemaal per jaar geoogst worden. Gewassen als ananassen en bananen zijn daarentegen veel kwetsbaarder; tussen het zaaien en het oogsten zit een langere tijd en hun houdbaarheidsdatum is korter. Geïsoleerde gebieden met een slechte infrastructuur hebben een fragiel bereik tot de markt. Voor gedroogde cocabladeren is dit geen obstakel. Projecten van de VS of VN om cocaboeren te ondersteunen in het verbouwen van legale gewassen resulteren daarom ook in niet langlopende successen. Omdat de export van cocaproducten verboden is, lopen cocacultiverende landen de mogelijkheid voor een unieke internationale markt mis.

Naast een economisch motief is er ook een ecologische reden om een markt voor coca mogelijk te maken. Cocateelt voor cocaïne blijft een verleiding voor arme boeren om aan inkomsten te komen. Het probleem met cocateelt voor cocaïne is dat het een groter oppervlakte nodig heeft; voor 1 gram cocaïne is er 400 gram aan cocabladeren nodig. Dit betekent dat er veel hectare nodig is om cocaïne te maken. Zoals eerder genoemd heeft bestrijding van coca het balloneffect als gevolg; de cocateelt verspreidt zich naar andere plekken. Deze vorm van gedwongen migratie heeft naast sociale gevolgen, zoals ontworteling, gebrek aan inkomsten en wantrouwen naar de overheid, ook ecologische gevolgen. Voor het verbouwen van nieuwe cocaplantages zijn nieuwe oppervlaktes nodig waarvoor ontbossing noodzakelijk is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *