Bestrijding stimuleert ontbossing

Bestrijding van cocaïneproductiefumigation-airplane-1354114

In 1970 begon Colombia met het bestrijden van marihuanaplantages, maar breidde in 1994 uit naar het bestrijden van cocagewassen. Gesteund door de VS begon ‘Plan Colombia’ met het via de lucht verspreiden van de pesticide glyfosaat. Glyfosaat is een product van de omstreden Amerikaanse multinational Monsanto.

Er zijn verschillende geluiden over het effect van Plan Colombia. Volgens de Colombiaanse regering heeft cocaproductie negatieve gevolgen op het milieu dus bestrijding is automatisch goed. Meer bestrijding zou leiden tot minder cocaproductie en daarmee minder ontbossing. Onderzoekers beweren dat bestrijding van coca gepaard gaat met ontbossing en aantasting van het milieu. Daarnaast heeft de bestrijding van coca negatieve sociale gevolgen zoals gedwongen migratie, waar vooral gemarginaliseerde groepen zoals Afro-Colombiaanse en inheemse gemeenschappen slachtoffer van zijn.

Het bestrijdingsprogramma heeft de cocaïneproductie niet verlaagd

De gedachte achter het bestrijdingsprogramma is dat het verstoren van de cocaproductie de vraagprijs zal doen stijgen en daarom de vraag minder zal worden waardoor er minder winst wordt gemaakt. Het tegendeel is echter gebleken:

  1. Door pesticideverspreiding verplaatst cocateelt zich: Pesticideverspreiding heeft geen effect gehad op het verminderen van de productie. Door de pesticideverspreiding heeft de cocateelt zich verplaatst naar andere regio’s. Dit wordt het balloneffect genoemd. In Colombia bijvoorbeeld, is de cocateelt verplaatst naar Pacifische gebieden, één van de meest biodiverse hotspots van de wereld. In 2001 was werd 1982 hectare aan natuurlijk bos naar coca gecultiveerd en in 2008 was dat 8166 hectare. In Nariño is 13.000 hectare natuurlijk bos geconverteerd naar coca, waarvan 22% tropisch regenwoud.
  2. Efficiëntere cocaproductie: Cocaboeren kiezen gewassen met een hogere cocaconcentratie en de cocaïnelaboranten hebben betere zuiveringsmethodes ontwikkeld.
  3. Cocaïneprijs gedaald, vraag is gestegen: In 2006 heeft VS 72 miljoen dollar geïnvesteerd in Colombia om alternatieven te ontwikkelen en 205 miljoen dollar voor militaire assistentie bij pesticideverspreiding. Tel daarbij op dat de waarde van cocaïne in VS en Europa ontzettend gedaald is, tussen 1990 en 2004 met zo’n 50% .
  4. De wereldwijde vraag naar coke heeft zich uitgebreid.

Het verspreiden van pesticiden heeft niet geleid tot een verminderde productie. De productie van coca heeft ertoe geleid dat cocaboeren gedwongen zijn naar andere regio’s. Dit balloneffect zorgt ervoor dat cocateelt plaatsvindt in waardevolle bosgebieden. Deze regio’s zijn belangrijk voor de instandhouding van de biodiversiteit en het behoud van natuurlijk ecosystemen. Het gevolg is dat bestrijding resulteert in meer ontbossing. Daarmee komt bestrijding niet tegemoet aan het milieu en heeft het geen invloed op het verlagen van productie.

Armoede en slechte sociale economische ontwikkeling is een drijfveer voor mensen om cocaïne te verbouwen. Daarom is coca meer een symptoom dan een echte oorzaak van de ontbossing. Socio-economische ongelijkheid, gefaalde agriculturele ontwikkelingsbeleid en gewapende conflicten zijn grote veroorzakers van de ontbossing.

Coca is winstgevender dan legale gewassen

Coca is een lucratief gewas. Andere gewassen, zoals bananen, passievrucht, ananas en peper zijn minder winstgevend. Daarbij zijn bananen en palmolie in handen van grote multinationals. Cocaplanten passen zich makkelijk aan, lopen weinig risico, en er is grote vraag naar, wat maakt dat het gewas voordeliger te verbouwen is dan andere gewassen.  Investeren in cocateelt kost 4-24 keer minder en geeft aan 18-58% meer werkgelegenheid dan andere gewassen. Cocaproductie kost 230 US dollar en gaf werk aan 280 voltijd werkers. Voor bananen en pepers was dit resp. 995 en 5435 US dollar per hectare en gaf respectievelijk 117 en 215 mensen aan werk. Andere nadelen van alternatieve, legale gewassen is dat er een hogere vraag is naar kwaliteit, er vraag is naar lage prijzen en het heeft intensievere concurrentie met andere landen.

Boeren die coca telen hebben een hoger inkomen dan boeren van legale gewassen. Respectievelijk verdienen zij 5194 US dollar tegenover 2413 US dollar per jaar. Paradoxaal zijn de leefomstandigheden minder goed: cocaboeren leven in afgelegener gebieden met slechte infrastructuur omdat ze een illegaal product verbouwen.

Zolang er armoede in productielanden is, en legale gewassen onvoldoende opbrengt, zal er productie blijven.